Uw auto wordt veiliger, u niet

 

Uw auto wordt steeds slimmer. Moderne technologie maakt het mogelijk dat uw auto signaleert dat u indommelt, houdt actief de afstand tot de voorganger in de gaten en grijpt in zodra u de greep op het wegdek dreigt te verliezen. Maar wordt het er met al die techniek ook veiliger op voor u als mens? Dat is maar sterk de vraag, want door al die slimmigheden wordt u zelf steeds minder alert en vertrouwt u teveel op de technologie. Ik kan erover meepraten. Ik was al een jaar of 15 schadevrij toen ik voor het eerst een auto kreeg met parkeersensoren en alras een betonnen paal in een parkeergarage ramde. Te laks om even om te kijken – want de auto heeft immers ogen achterin – maar de paal bleek juist op zo’n hoogte uit te steken dat die auto-oogjes niets zagen aankomen. Hoe dan ook, het blijkt een serieus probleem te worden volgens dit verhaal. Het is een oeroud verschijnsel, dat de wet van Yerkes-Dodson wordt genoemd, genoemd naar twee psychologen die in 1908 een paradox beschreven. In het kort komt deze erop neer dat mensen in verwarring raken als er teveel prikkels om zich heen zijn.  Maar zijn er te weinig prikkels, dan versuffen ze juist. Het optimum zit er ergens tussen.
Maar de halfautomatisch functionerende auto’s die nu technisch mogelijk zijn, dreigen een situatie met te weinig prikkels voor de bestuurder op te leveren. De technologie kan automatisch inspelen op talloze standaardsituaties op de weg – een plotseling remmende auto voor u – maar niet op niet-standaardsituaties – zoals een hert dat opeens oversteekt. Dan moet u zelf ingrijpen, maar bent u mogelijk te versuft omdat u al die tijd niet werd geprikkeld. De mogelijke oplossing komt blijkens dit verhaal uit een zeer onverwachte richting: maak de wegen weer wat moeilijker te berijden (sic): “I’m really a believer that the roads are going to get a little more difficult and dangerous with autonomous systems in the vehicle before they get safer.” Wie had het daar over vooruitgang?
Nog meer van die paradoxen vindt u in MAZ nummer 11. Werkje van mijn hand waar ik best trots op ben.

 

E-mail

Size matters

Juist in tijden van economische tegenwind is het voor beleidsmakers van het grootste belang te weten wat de onderliggende factoren zijn die de groei van de economie bepalen. De economische wetenschap heeft er al decennia de handen aan vol en zoekt naar bewijs voor causale verbanden op tal van terreinen.

Tatu Westling, onderzoeker aan de Universiteit van Helsinki, voegde deze zomer een pareltje toe aan de onderzoekswereld met zijn zeer doorwrochte paper getiteld Male Organ and Economic Growth: Does Size Matter?
Om u niet langer in spanning te houden: ja, size matters. Er bestaat een vrij sterke inverse U-vormige relatie tussen de gemiddelde omvang van het mannelijk geslachtsdeel en de economische groei. Met andere woorden: wie in een land woont met een gemiddelde penis leeft in een land met een hogere economische groei.
Grote geslachtsorganen duiden juist op lage economische groei en dat klopt gevoelsmatig met de stereotype beelden die bestaan over Afrikaanse mannen en de al decennia achterblijvende groei op dit continent. Westling baseerde zijn studie op een enorme bak aan data uit diverse bronnen en analyseerde de resultaten over de periode van 1960 tot 1985.
De conclusie liegt er niet om: 'Economic growth between 1960 and 1985 is negatively associated with the size of male organ, and it alone explains 20% of the variation in GDP growth. With due reservations it is also found to be more important determinant of GDP growth than country's political regime type.'
Waarom dit onderzoek een plaats verdient in deze rubriek? Vanwege de bedoelingen van de jonge onderzoeker. Tijdens het Leidse Symposium van de Veerstichting kwam Westling de resultaten toelichten, met slechts één doel: duidelijk maken dat zijn onderzoek een vingerwijzing is naar enorme hoeveelheid zinloze economische onderzoeken. Ook al deugen de economische onderzoeksmodellen en zijn de conclusies formeel valide, dan wil dat nog niet zeggen dat je je gezonde verstand moet uitschakelen.
Een grap dus, met een serieuze boodschap. Daar houden we hier wel van en we tippen Westling dan ook als serieuze kanshebber voor de Ig Nobel Prize.

Eerder ook hier verschenen.

 

E-mail

The next big thing in fotografie?

De afgelopen tien jaar heeft zich een ware revolutie voltrokken in de fotografiewereld. Kleine compacte digitale camera’s kunnen dingen die tien jaar geleden voor onmogelijk werden gehouden en de prijzen van semi-professionele spiegelreflexcamera’s dalen tot niveaus waar zelfs een hobbyist serieus over kan gaan nadenken. Maar is er een nog veel grotere revolutie op komst? Lytro, een Silicon Valley start-up van serie-ondernemer Ren Ng, heeft een techniek in handen waarmee het niet meer nodig is om scherp te stellen als je een foto maakt. Het scherpstellen kun je met zijn techniek doen nadat je de foto hebt gemaakt. Dat klinkt als iets onmogelijks maar zou wel het ei van columbus zijn. Want juist het scherpstellen duurt vaak net iets te lang waardoor je het unieke moment mist. Je maakt met de nieuwe technologie eigenlijk een heleboel foto’s tegelijk en maakt achteraf keuzes over wat je scherp wilt hebben. Beter dan uitleggen over wat de technologie precies omhelst is gewoon even te kijken wat het doet. Met deze link wordt het direct duidelijk.

Is dit het einde van de fotografie die we nu kennen? Moeilijk te zeggen. Lytro gaat in elk geval uit van eigen kracht en gaat de techniek niet beschikbaar stellen aan de grote camerafabrikanten. Het bedrijf heeft een investeringsronde van 50 miljoen dollar achter der rug en gaat zelf camera’s maken. Men belooft zelfs dat de eerste nog dit jaar op de markt komt. Professor Hernandez – University of California, Berkeley – was een van de gelukkigen om een testmodel – verhuld in een plastic omhulsel – te mogen proberen. Hij spreekt in de New York Times over een aha-moment en noemt de technologie game-changing. In alle eerlijkheid: de commentaren onder de artikelen laten zien dat er ook nogal wat scepsis is onder fotografen. Maar is dat niet typerend voor baanbrekende innovaties? Mahatma Gandhi zei ooit treffend: “First they ignore you, then they laugh at you, then they fight you and then you win.”

 

E-mail

De volgende energiebelofte

Als het klinkt als te mooi om waar te zijn, is het meestal ook niet waar. Tegelijkertijd: wie nooit openstaat voor dingen die onmogelijk lijken blokkeert wellicht een noodzakelijke volgende revolutie. Dat dilemma komt ook op naar aanleiding van het bericht dat een Amerikaans bedrijf uit Massachusetts de energiewereld totaal op zijn kop kan zetten met een genetisch ontwikkeld organisme dat diesel en ethanol kan ontwikkelen uit water, CO2 en zonlicht. Dat gaat veel verder dan de bestaande technologie om dergelijke stoffen uit bijvoorbeeld graan of algen te ontwikkelen. Joule Unlimited slaat zo’n ‘tussenstap’ over claimt dan ook niet minder dan een totale revolutie in handen te hebben. Men zou voor rond de 30 dollar per vat biobrandstof kunnen produceren en is dus economisch zeer concurrerend. Een van de vragen van sceptici is of het wel mogelijk is om met deze technologie op grote schaal tot productie te komen – een belangrijke voorwaarde voor zo’n revolutie. Zelf claimt het bedrijf per hectare 37.500 gallons per hectare te kunnen produceren, ongeveer vier maal keer zo efficiënt als het meest efficiënte algenproces voor biobrandstof.

De CEO van Joule Unlimited – niet te verwarren met het Nederlandse TV programma Jules Unlimited – klinkt hier behoorlijk zelfverzekerd: "If we're half right, this revolutionizes the world's largest industry, which is the oil and gas industry. And if we're right, there's no reason why this technology can't change the world." Nog dit jaar wordt een proefveld van 10 hectare aangelegd en dan zal blijken of de verschillende patenten ook echt wat om het lijf hebben. In ieder geval hebben investeerders er al 30 miljoen dollar in gestopt.

 

E-mail

Een eigen digitale identiteit

Wie de kans zou hebben om het internet opnieuw vanaf de grond op te bouwen, zou dan waarschijnlijk tot iets heel anders komen dan de huidige structuur. Want het is bijvoorbeeld op zijn minst erg onhandig dat u op tientallen plaatsen persoonlijke gegevens achterlaat. In het echte leven doet u dat ook niet en heeft u een identiteit. Wat we eigenlijk nodig hebben is een digitale identiteit, die een einde maakt aan de onoverzichtelijke warboel en ervoor zorg dat iedereen met een overzichtelijk en goed beveiligd programmaatje de baas wordt over de eigen data.

QIY – een onafhankelijk initiatief met wereldwijde ambities – belooft niet minder dan een radicale omkering van de manier waarop we met persoonsgegevens omgaan op internet. Een fascinerende omkering, zo blijkt glashelder uit het filmpje op de corporate website van het bedrijf. Waar het in essentie op neerkomt is dat u nu nog bestaat bij de gratie van usernames en passwords op tientallen en soms wel honderden verschillende websites. QIY wil partijen overhalen het model om te keren: u krijgt zelf een eigen digitale identiteit waarin u zelf aangeeft hoe en wanneer partijen daar gebruik van mogen maken. Het voordeel voor de gebruiker is evident: het gebruiksgemak groeit doordat u voortaan op een plaats toegang kunt krijgen tot uw (persoonlijke) informatie die nu bij tientallen verschillende partijen is ondergebracht. En die partijen hebben ook een voordeel: ze weten nu zeker dat ze over de juiste data beschikken, want u onderhoudt die data immers zelf! De gebruiker heeft de volledige macht over QIY en de omgeving waarop QIY draait is dan ook helemaal autonoom van de partijen die meedoen.

QIY streeft dan ook niet minder dan een revolutie na. Dat wordt dus een briljante mislukking of the next big thing. Een tussenweg is er eigenlijk niet. Hoorden we laatst Minister Verhagen niet klagen dat hij de volgende potentiële TomTom’s mist en meer echte innovatie wil? Hij wordt op zijn wenken bediend.

 

 

E-mail

Een nieuw talent ontdekt

Gisteren voor de tweede keer een experiment gedaan tijdens een bijeenkomst over integriteit. Ik sloot de sessie af met een gesproken column die ik on the fly had geschreven. Nou ja, om heel eerlijk te zijn was het niet helemaal on the fly. Want er zat ook een snufje voorbereide tekst bij omdat je nooit van te voren weet of er tijdens zo’n bijeenkomst wel wat inspirerends gebeurt. In dit geval gebeurde er echter van alles en zat ik driftig te tikken om op het einde mijn kunstje te doen. Beetje zoals Nico Dijkshoorn het doet bij DWDD, maar dan anders. Op zijn Narts. Maximaal vijf minuten met glasheldere indrukken die ik in een paar uur tijd had verzameld. Hier en daar lekker scherp, soms compleet ongenuanceerd. En een paar grapjes. Een precisiebombardement van vijf minuten om de aanwezigen nog even iets mee te geven voordat ze en masse aan de bitterballen gaan.

Het bleek een razend succes te zijn. Vind ik zelf tenminste en dat hoorde ik ook terug in de (ongevraagde) feedback van anderen. Ik heb kortom een nieuw talent in mezelf ontdekt. Voelt fijn.

 

E-mail

Satellieten voorspellen graanoogst

Welke analist heeft nog kwartaalcijfers nodig als het ook mogelijk is om realtime de belangrijke indicatoren te verkrijgen met informatie van satellieten? Niets staat ons bijvoorbeeld technisch in de weg om met satellieten de graanoogst van Rusland te voorspellen, daarmee een kennisvoorsprong te creëren op degenen die deze informatie niet hebben en door middel van arbitrage op de financiële markten ervan te profiteren.

Het klinkt als een idee van een overspannen trendwatcher maar niet is minder waar. De Amerikaanse firma Lanworth begeeft zich al enige tijd in deze markt en getuige een verhaal op de website van CNBC met bewezen succes. Twee maal daags vindt vanuit de ruimte een analyse plaats van de Russische akkers en naar verluidt kan men met de verkregen data een goed beeld krijgen in hoeverre ziektes, overstromingen en bosbranden invloed hebben op de oogstprognoses. Het bureau verschaft haar klanten – waaronder hedgefunds – steeds een update vlak voordat de officiële regeringsprognoses verschijnen en met deze legale voorkennis zijn zij spekkoper. Meer lezen? Zie mijn stukje alhier.

E-mail

Alles wordt een spel, ook uw gezondheid

De game-industrie heeft veel meer te bieden dan u denkt. Het imago dat deze industrie alleen maar bloederige schietspellen ontwikkelt voor puistige pubers is namelijk achterhaald.

Onderhuids is er een ontwikkeling aan de gang die doet denken aan de eerste jaren van internet: de opkomst van zogenaamde serious games. Een van de opties is om gaming in te zetten bij het streven naar een gezondere levensstijl. Een Amerikaans bedrijf heeft daartoe het stof afgeblazen van de Tamagotchi en past de uitgangspunten daarvan toe op uw eigen gezondheid. U draagt een soort paperclip bij u die tevreden feedback geeft als u veel beweegt en goed slaapt. Die feedback is volgens de theorie essentieel om daadwerkelijke verandering teweeg te brengen.  Nu technologie steeds meer alomtegenwoordig is, zullen deze nuttige aspecten van gaming steeds verder oprukken en een artikel in Wired geeft een aardig inkijkje in de ontwikkelingen. Ook Philips blijkt deze markt te onderzoeken met producten die van een gezonde levensstijl vooral een leuk spelletje maken.

Overigens zijn er in Nederland tal van partijen die innovatief aan de weg timmeren op dit gebied. In MAZ!, het relatiemagazine van Mazars vertelde Jeroen van Mastrigt - een expert op dit gebied - me twee jaar geleden al uitgebreid over de mogelijkheden en gaf hij ook een inkijkje in de toekomst:

"Auto's worden steeds intelligenter, en straks zijn ze allemaal genetwerkt via TomToms of computerchips voor rekeningrijden. Dan wordt het mogelijk om met speltechnieken goed rijgedrag te belonen. Stel jezelf voor dat je virtuele raketjes of iets dergelijks verdient als je drukke routes vermijdt of buiten spitstijden de weg op gaat. Die raketjes mag je dan bijvoorbeeld weer gebruiken om 's nachts een keer harder dan de toegestane snelheid te rijden. Of je kunt zo'n raketje 'afvuren' op een automobilist die zich bij het ritsen op de snelweg misdraagt. Zodat die zijn tegoed aan raketjes weer ziet verminderen." Een prachtig droombeeld toch?"

E-mail

Wat u over de Mannschaft weten moet

De traditie wil dat met de komst van een WK of EK voetbal altijd wel een paar economen opstaan om de irrationele wereld van de sport rationeel te verklaren en/of voorspellen. De analyse van de twee economen Jan van Ours en Martin van Tuijl is tamelijk briljant. De heren wilden nu wel eens weten of de vooringenomenheid over de Mannschaft - ze scoren altijd in de laatste minuut - eigenlijk klopt. De heren analyseerden de resultaten van 1.500 wedstrijden en kwamen met heel aardig materiaal waar u elke voetbalkenner duchtig mee om de oren kunt slaan. Want Nederland heeft in de laatste minuut een hogere scoringskans dan Duitsland. En voor Duitsland neemt de kans op een doelpunt tegen in de slotfase juist toe!

Lees eventueel mijn volledige stukje hier.

E-mail

Een valse vriend

Vrij Nederland heeft wat nieuws ontdekt over de wereldeconomie: een markt die “harder groeit dan welke andere markt ook, en binnen een paar jaar waarschijnlijk zelfs een dominante rol zal spelen in de wereldeconomie. De nieuwe aanzwellende economische macht is groter dan die van China en India samen. Het is De Vrouw.”

Het blad verwijst naar zeer doorwrocht onderzoek – met bijbehorend boek - van Boston Consulting Group uit 2009 waarin opmerkelijke cijfers zijn opgenomen over de zinderende groei van de koopkracht van vrouwen. Vrouwen zijn wereldwijd nu verantwoordelijk voor 12 triljoen dollar van de in totaal 18,4 triljoen dollar aan bestedingen. En dat wordt in de nabije toekomst alleen maar meer. Marktanalisten hebben het volgens het opinieblad al over 'womenomics' en 'sheconomy'.

Maar klopt dat ook allemaal? Nee dus. Meer weten: lees dan een nieuw spookcijfer.

 

E-mail

Pagina 1 van 2